
Na een seizoen waarin Nooit Gedacht altijd naar beneden moest kijken en nacompetitie nodig had om handhaving te realiseren, begint het eerste elftal met een ander gevoel aan de nieuwe competitie. De selectie is breder, de voorbereiding stemt trainer Kevin van Emmerik tevreden en met Jari van Erp kwam er kwaliteit bij. Zondag begint het echte werk, met een thuiswedstrijd tegen Volkel.
Zijn jullie klaar voor de competitie?
“Ja, ik denk het wel. We hebben een heel goede voorbereiding gehad. Het belangrijkste is dat iedereen fit richting de eerste competitiewedstrijd gaat.”
Betekent dat dat je als trainer zelfs wat luxeproblemen hebt?
“Ja, die hebben we. Dat is alleen maar goed. Voor mij als trainer, omdat ik keuzes moet maken, maar vooral omdat het iets zegt over de kwaliteit en de breedte van de groep.”
Ben je iemand die graag met een vaste basis speelt, of ga je veel rouleren?
“Het liefst creëer je wel een vaste basis. Het is prettig als je bepaalde vastigheden in je ploeg krijgt. Tegelijkertijd weet je dat je gedurende een seizoen altijd te maken krijgt met afwezigen en blessures. Daardoor ontstaan veranderingen vaak vanzelf. En spelers die hun kans krijgen, moeten die natuurlijk ook pakken.”
De selectie bleef grotendeels intact, alleen Raoul Brands ging naar een lager team. Met Jari van Erp keerde bovendien een oude bekende terug naar Geffen. Wat kan zijn komst betekenen?
“Jari heeft uitzonderlijke kwaliteiten, hij speelde niet voor niets bij UDI’19. Ik weet niet of één speler op zichzelf het verschil maakt, zo moet je het denk ik niet zien. Maar hij is een heel goede voetballer en speelt op een positie waarop we versterking konden gebruiken. We spelen bovendien iets anders dan vorig seizoen. Daardoor kunnen ook andere jongens op posities terechtkomen waar ze beter tot hun recht komen. Zijn komst draagt dus zeker bij aan de dynamiek in het elftal.”
Wat moet er veranderen ten opzichte van vorig seizoen?
“We willen wat aanvallender spelen. In de voorbereiding zag je dat dat voor sommige spelers even wennen was. Daar zijn die wedstrijden ook voor. Maar er zat wel een duidelijke lijn in: we zijn vaak gemakkelijk aan de bal en creëren veel kansen. Dat is positief en dat is ook hoe we willen voetballen.”
De resultaten in de beker onderstrepen dat beeld. Nooit Gedacht won met 1-8 bij SES en met 5-2 van OSS'20, waarna de laatste bekerwedstrijd tegen VOW met 0-2 verloren ging. Hoe serieus neem jij zo'n bekercampagne?
“Voor mij waren dat in de eerste plaats voorbereidingswedstrijden. Je gebruikt ze om spelers minuten te geven, fitter te worden en het raamwerk van je systeem neer te zetten. Natuurlijk is het leuk als je verder komt. Zeker met een brede selectie, want dan heb je extra wedstrijden en kan iedereen aan spelen toekomen. Maar vooraf was doorgaan in de beker voor mij geen doel op zich.”
Wat is de doelstelling voor de competitie?
“We willen in het linkerrijtje eindigen. Voor het eerste betekent dat bij de eerste zeven. Voor het tweede hebben we als doel bij de eerste zes te eindigen, want dat team is ook belangrijk. Ik verwacht opnieuw een competitie waarin de verschillen klein zijn. Voor mijn gevoel zijn er heel veel ploegen die bovenin mee kunnen doen. Maar andersom kan ook bijna iedereen in de problemen komen. Veel zal afhangen van hoe je start en hoe breed je selectie is. Wat dat betreft hebben wij nu het voordeel dat we een grote groep hebben en afwezigen beter kunnen opvangen.”
Hoe belangrijk zijn die eerste wedstrijden dan?
“Heel belangrijk, vooral voor het vertrouwen. We beginnen tegen Volkel en dat was vorig seizoen al een lastige ploeg. Dat is meteen een goede krachtmeting. Als je een goede start maakt, kan dat vertrouwen vervolgens doorwerken en kun je misschien een mooie serie neerzetten.”
Vorig seizoen kwam Nooit Gedacht erachter hoe lastig het kan worden als de start tegenvalt.
“Toen liep je vanaf het begin achter de feiten aan met twee punten uit de eerste vijf duels. Dat wil je nu voorkomen.”
Ook vanuit de eigen jeugd lijkt er meer aan te komen. Meerdere jonge spelers trainen en spelen inmiddels mee bij de seniorenselectie. Sill Steenbruggen lijkt daarvan voorlopig het verst?
“Ja, Sill heeft daarvan verreweg de meeste minuten gemaakt in de voorbereiding en maakt een goede kans om als spits te gaan fungeren. Daarnaast zijn er meer jeugdspelers bij gekomen met kwaliteit. Je mag natuurlijk niet verwachten dat iedere jeugdspeler meteen in het eerste elftal terechtkomt, maar er zitten absoluut jongens tussen die uiteindelijk die stap kunnen maken.”